Zoals elke peuter, heeft die van ons regelmatig een schaafwond. Is het niet omdat hij is gevallen met zijn fiets dan is het wel omdat hij struikelt over rondslingerend speelgoed. Gevolg; zijn knieën liggen voortdurend open. Je wil niet weten hoe zielig onze kleine man zichzelf dan vind. Zoals het een echte man betaamd is hij dan erg verdrietig en moeten we bijzonder voorzichtig doen.

Maandag had meneer weer zo’n incidentje. Zijn schaafwond van de week ervoor was net dicht toen hij enthousiast naar buiten rende. Je raadt het al. Hij stortte ter aarde. Aangezien hij met deze temperaturen korte broeken draagt was het leed al snel geschied. De knie lag weer open. Dikke tranen en snel bij mama op schoot. Uiteraard ben ik zeer gespecialiseerd in het troosten van mijn kleine man, dus na een paar minuutjes stond hij weer op beide benen. Althans, op één been. Het andere been strompelde er achter aan. Hij was immers zwaargewond. (Lees; de schaafwond was aanwezig maar er vormde zich al direct een korstje.) Zo waggelde onze peuter, als een kreupel paard, naar de bank. Direct daarop volgde het onvermijdelijke; “mama, ik wil een ijsje om weer blij te worden”. Jawel, de peuter voelde zich dermate zielig en gewond dat hij wel even dacht mama om zijn vingertje te wikkelen. Aangezien we nog moesten lunchen stemde ik niet in met zijn briljante plan. Verbazingwekkend genoeg kwam er niet eens een woeste brul uit het blonde kereltje. Nee, hij was druk met het inspecteren van zijn wond. Stiekem vond hij het toch ook wel bijzonder stoer om er weer een schaafwond bij te hebben. Even later was hij het hele euvel al weer vergeten en was hij weer fijn aan het spelen. Zo kabbelde de middag voort.

’s Avonds was het echter tijd om in bad te gaan. De kleine man was al lekker moe en wilde dus maar kort in bad. Geen probleem, even snel door het sop en zijn zwarte handjes schrobben en hop er weer uit. Hij klom zelf uit bad en wilde persé door mama afgedroogd worden en niet door papa. Jawel, je voelt hem al aankomen. Blijkbaar is mama de afdroog-expert als het op een schaafwond aankomt. Opeens voelde meneer namelijk weer dat hij überhaupt een schaafwond had. Ik zag hem al angstig kijken toen ik met de handdoek zijn benen af wilde drogen. “Neeeee, zachtjes doen mam!”, riep de peuter. Nog net geen blinde paniek in z’n ogen.

Op dat moment realiseerde ik me dat ik hier te maken had met een mini-me. Jawel de auteur van dit stuk was precies hetzelfde. Ok, misschien zelfs nog steeds een beetje. Water en sop prikt ook in een schaafwond hoor! Toen ik zelf klein was schreeuwde ik moord en brand als ik onder de douche moest met een wondje. Vakkundig hield ik het desbetreffende lichaamsdeel buiten de straal van de douche, stond ik met mijn been op de rand van het bad of wilde ik een plastic zakje om mijn hand. Alles om de wond droog te houden. Ja, ik denk dat ik nog erger was als mijn kleine man. Hij heeft het dus van geen vreemde.

Met dit gegeven in mijn achterhoofd, dep ik de knie van mijn mini-me heel zachtjes droog. Tevreden kijkt hij me aan. Ook met het aankleden word ik nog even gewaarschuwd. Of ik wel even voorzichtig wil doen met zijn knie. “Ja hoor aapie, mama doet heel voorzichtig je kleren aan”. Uiteindelijk huppelt hij vrolijk naar zijn kamer en is de hele knie-situatie weer vergeten. Gelukkig maar.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Comment *






CommentLuv badge